Overslaan en naar de inhoud gaan

Nieuws

45002

Sprookjesachtig Enkhuizen

Door de Engelse oorlog (1780-1784) en de Franse bezetting onder Napoleon, nam de armoede in Enkhuizen schrikbarend toe: scheepvaart, visserij en handel lagen nagenoeg stil.

De armoede was zo groot dat het stadsbestuur ten einde raad was. Bijna iedereen was werkloos en ondervoed. Enkel Hiltje Willems verdiende goed, zij moest het onkruid tussen de straatstenen wieden. De leegloop van de stad, in 1812 van ongeveer 7000 naar 5000 inwoners, betekende dat veel woningen leeg stonden en werden afgebroken om het puin te verkopen. Vaak moest je de gevel laten staan om de stad nog leefbaar te laten lijken. Een reiziger merkte op dat er meer schuttingen dan huizen waren. Er was geen geld voor straatverlichting, de mensen moesten een kaars voor hun raam plaatsen, ’s nachts gebeurden er namelijk veel ongelukken. De bevolking dumpte het puin van hun afgebroken huizen op straat

Desolate indruk
Ook Jacob van Lennep die in 1823 een voetreis door Nederland maakt en daarbij ook in Enkhuizen komt, heeft niet veel goeds over de stad te melden, alleen het stadhuis vindt hij mooi. Kortom de stad maakte een desolate indruk. Deze situatie veranderde gedurende tientallen jaren nauwelijks. 

Flinke reis
Het is dus geen wonder dat er weinig ‘toeristen’ naar Enkhuizen kwamen. De reis erheen was een bezoeking. Vanuit Amsterdam moest je binnendoor naar Purmerend met de boot, dan met de diligence naar Hoorn en dan met een wagen naar Enkhuizen. Maar in juli 1873 kwamen er dan toch buitenlanders, Fransen nog wel. Op die dag werd er voor het eerst een harddraverij gehouden, de stemming in de stad zal door de biertjes wel uitbundig zijn geweest. Hun boot was getooid met een Franse vlag, die wekte boosheid op in de haven; men was Napoleon nog niet vergeten. De bezoekers, waaronder de beroemde Franse letterkundige Henri Havard, werden met boegeroep, stenen, flessen en stokken verwelkomd. Ook werden ze uitgemaakt voor rovers en spionnen. De kapitein werd gedwongen de Franse vlag te verwijderen.

Aangenaam getroffen
Havard maakte een “Voya-ge aux villes mortes du Zuiderzée” (Een reis langs de dode steden rond de Zuiderzee). In zijn boek: “La Hollande Pittoresque” schrijft hij dat hij aangenaam getroffen wordt door het schilderachtige verval; de sprookjesachtige sfeer doet hem mijmeren over vergane glorie. Het boek brengt een ware hausse teweeg; de dode stadjes, met hun hun stille, romantische schoonheid, trekken opeens veel bezoekers. Waaronder in 1883 de Portugese journalist Ramalho Ortigo, hij vindt Enkhuizen een archeologisch museum. De toeristen blijven komen, vooral na de aanleg van de spoorlijn naar Enkhuizen. Gelukkig heeft het stadsbestuur op tijd ingezien dat het loont om het erfgoed van Enkhuizen te bewaken en dat de toeristen nu niet meer voor vervallen schoonheid komen.