Ben jij er bij? Zondag 6 september aanstaande is de Europese dag voor het Joods Cultureel Erfgoed. Wij verzorgen dan een rondleiding op de Joodse begraafplaats in Enkhuizen. Je bent van harte welkom aan de Oranjestraat om 14.00 uur. Informatie en programma.
Sinds de 17e eeuw is het zeilen met schuiten en tentjachtjes in de polder Het Grootslag heel populair. Vooral de Oude Gouw was geliefd, op het brede water had je meer ruimte om te manoeuvreren. Tot aan de verkaveling van 1974 was de gehele polder bevaarbaar en elk dorp of stad had via het water verbinding met elkaar. In Enkhuizen was het varen en zeilen met schuitjes of tentjachtjes (vaak met glazen opbouw) vooral op zondagmiddag, feestdagen, Broekermarkt in Grootebroek en op dagen dat er niet werd gewerkt een leuk uitje Op twee schilderijen van Het Grootslag zie je hoe er werd geroeid, geboomd, gevist en gejaagd. De heren, meestal met een hoge hoed, zaten in hun vaartuigen, de dames keken vanaf de walkant toe.
Blaasmuziek In het veld werd er in de zomer en op zondagavonden blaasmuziek gemaakt. Muzikanten zaten in een bootje en daaromheen lagen jachtjes die vaak tot laat in de nacht onder genot van brood, wijn en fruit feesten. Op de schilderijen van Het Grootslag werd er geen muziek gemaakt, maar er bestaan wel liedboekjes en prenten met illustraties voor musicerende rondvarende personen. De kerk in Enkhuizen was tegenstander van het gebruik daarvan. In de 17e en 18e eeuw werden er volgens geschriften regelmatig zeilwedstrijden op de Oude Gouw gehouden. De prijs bestond uit een vlag die werd geschonken door een herbergier. Er werden ook roeiwedstrijden georganiseerd waarbij de roeiers een blinddoek om hadden, tot groot vermaak van de toeschouwers.
Inpoldering Tot halverwege de 19e eeuw werden er door rijke families in Enkhuizen langs de grachten koepels, plezierveldschuiten en schuitenhuizen gebouwd. Na de inpoldering van een deel van de Oude Gouw (Weeshuispolder) in 1872 was er minder ruimte om te spelevaren. Ook de kosten van onderhoud van pleziervaartuigen en schuitenhuizen maakten dat er minder gevaren werd. Het aantal bedrijven waar je een schuitje kon huren nam af. De koepels werden gesloopt of verkocht als woningen en de schuitenhuizen werden verkocht aan “bouwers” (tuinders). Bouwers en boeren hadden in die tijd een eigen schuit waarmee ze in hun vrije tijd zeilend of kloetend “om de landen” of met bekenden de polder ingingen. Nu hebben veel inwoners van Enkhuizen en omstreken allerlei soorten vaartuigen, meestal met een motor. Gedurende de zomerperiode is er veel drukte in de polder. Het is alleen jammer dat een groot deel niet kan worden bevaren vanwege het verschil in waterpeilen en een gebrek aan sluisjes die zijn ontstaan na de verkaveling.
In het weekeinde van 31 juli – 2 augustus organiseert de vereniging Het Historisch Bedrijfsvaartuig een evenement met ruim honderd historische schepen in Enkhuizen. Vrijdagmiddag van 16 tot 17 uur is er een Vlootschouw langs de Harlinger steiger.
Op zaterdag 1 augustus om 11 uur is er een lezing over de vroegere werf Stapel aan boord van het verenigingsschip de Terra Nova, dat dan is afgemeerd aan de Dijk. Zowel de leden van Oud Enkhuizen als LVBHB leden zijn hierbij uitgenodigd. Die lezing wordt verzorgd door de voorzitter van Oud Enkhuizen Klaas Koeman en de achterkleinzoon van Cor Stapel, Allard Stapel.
Ook op zaterdag, maar dan om 16.00 uur organiseren de vereniging Het Historisch Bedrijfsvaartuig een stadswandeling, met gidsen van Oud Enkhuizen over het thema ‘De Havens van Enkhuizen’. Dus van de oudste, de Zuider Havendijk, uit de tweede helft van de 14e eeuw, tot nieuwste, de Gependam, in 2003. De wandeling begint bij de Witte Voet bij de Drom. Een aantal schepen die gebouwd zijn op de werf van Stapel zullen ook in de haven liggen. Het hele weekeinde ligt het vroegere beurtschip van de firma De Bruijn, de Vereeniging III, aan de Dijk op zijn oude ligplaats. Enkhuizers met herinneringen aan schip en bedrijf zijn van harte welkom om hun verhalen te delen.
Zondagmiddag 2 augustus om 13 uur varen voor het eerst in ruim zestig jaar de twee voormalige betonningsschepen, de kleine Gouwzee en de grote IJselmeer door de sluis en de beide bruggen van de Oosterhaven. Ze liggen de hele zondagmiddag voor de Betonning aan de Bierkade. Ook hier hopen de huidige eigenaren van beide schepen op veel verhalen en herinneringen.
Door de Engelse oorlog (1780-1784) en de Franse bezetting onder Napoleon, nam de armoede in Enkhuizen schrikbarend toe: scheepvaart, visserij en handel lagen nagenoeg stil.
De armoede was zo groot dat het stadsbestuur ten einde raad was. Bijna iedereen was werkloos en ondervoed. Enkel Hiltje Willems verdiende goed, zij moest het onkruid tussen de straatstenen wieden. De leegloop van de stad, in 1812 van ongeveer 7000 naar 5000 inwoners, betekende dat veel woningen leeg stonden en werden afgebroken om het puin te verkopen. Vaak moest je de gevel laten staan om de stad nog leefbaar te laten lijken. Een reiziger merkte op dat er meer schuttingen dan huizen waren. Er was geen geld voor straatverlichting, de mensen moesten een kaars voor hun raam plaatsen, ’s nachts gebeurden er namelijk veel ongelukken. De bevolking dumpte het puin van hun afgebroken huizen op straat
Desolate indruk Ook Jacob van Lennep die in 1823 een voetreis door Nederland maakt en daarbij ook in Enkhuizen komt, heeft niet veel goeds over de stad te melden, alleen het stadhuis vindt hij mooi. Kortom de stad maakte een desolate indruk. Deze situatie veranderde gedurende tientallen jaren nauwelijks.
Flinke reis Het is dus geen wonder dat er weinig ‘toeristen’ naar Enkhuizen kwamen. De reis erheen was een bezoeking. Vanuit Amsterdam moest je binnendoor naar Purmerend met de boot, dan met de diligence naar Hoorn en dan met een wagen naar Enkhuizen. Maar in juli 1873 kwamen er dan toch buitenlanders, Fransen nog wel. Op die dag werd er voor het eerst een harddraverij gehouden, de stemming in de stad zal door de biertjes wel uitbundig zijn geweest. Hun boot was getooid met een Franse vlag, die wekte boosheid op in de haven; men was Napoleon nog niet vergeten. De bezoekers, waaronder de beroemde Franse letterkundige Henri Havard, werden met boegeroep, stenen, flessen en stokken verwelkomd. Ook werden ze uitgemaakt voor rovers en spionnen. De kapitein werd gedwongen de Franse vlag te verwijderen.
Aangenaam getroffen Havard maakte een “Voya-ge aux villes mortes du Zuiderzée” (Een reis langs de dode steden rond de Zuiderzee). In zijn boek: “La Hollande Pittoresque” schrijft hij dat hij aangenaam getroffen wordt door het schilderachtige verval; de sprookjesachtige sfeer doet hem mijmeren over vergane glorie. Het boek brengt een ware hausse teweeg; de dode stadjes, met hun hun stille, romantische schoonheid, trekken opeens veel bezoekers. Waaronder in 1883 de Portugese journalist Ramalho Ortigo, hij vindt Enkhuizen een archeologisch museum. De toeristen blijven komen, vooral na de aanleg van de spoorlijn naar Enkhuizen. Gelukkig heeft het stadsbestuur op tijd ingezien dat het loont om het erfgoed van Enkhuizen te bewaken en dat de toeristen nu niet meer voor vervallen schoonheid komen.
Op dinsdagmiddag 7 juli aanstaande verzorgt Willeke Jeeninga een lezing over het pand Grote Oost 38 in Hoorn. De lezing is onderdeel van een serie activiteiten die het Westfries Archief organiseert onder de titel ‘Huizenonderzoek in Westfriesland’.
De Jonge Winthont In 2015 verscheen een boek over de geschiedenis van het huis aan het Grote Oost 38. Het is een ‘gewoon’ pand met een van oorsprong zeventiende-eeuwse gevel. Tijdens het onderzoek kwamen veel interessante gegevens tevoorschijn, zowel over de bouwgeschiedenis als over de diverse bewoners van het pand.
Historicus Willeke Jeeninga doet uit de doeken hoe zij tijdens haar onderzoek te werk is gegaan om deze verborgen geschiedenis naar boven te halen.
Praktische informatie De lezing op dinsdag 7 juli begint om 15.00 uur in het Westfries Archief, Blauwe Berg 5c, 1625 NT Hoorn. Toegang is gratis. Wel graag aanmelden via de website van het Westfries Archief: De Jonge Winthont
Voor en na de lezing kan de mini-expositie Huizenonderzoek in Westfriesland worden bezocht.
De volgende lezing is op donderdag 23 juli 2026. Dan vertellen Pieter Meijers en Peter Swart over het rijksmonument Oosterhaven 31 in Medemblik.
We gebruiken cookies en vergelijkbare technologieën om uw ervaring op onze website te verbeteren.
Lees ons Privacybeleid.