Overslaan en naar de inhoud gaan
45005

‘Steen als kroon op werk in Oude Gouw’

Zo begint het krantenartikel in de Enkhuizer Courant van 16 juni 1971. Over welke steen gaat dit? 

Deze steen hoort bij de 21 nieuwbouwhuizen van een ‘Leerlingenbouwplaats’ aan de Abelenstraat en Prunuslaan in Oude Gouw. De firma Weel uit Grootebroek bouwt deze in opdracht voor de ‘Stichting Verbetering Volkshuisvesting’. De toekomstige bouwvakkers komen van de technische scholen uit Alkmaar, Enkhuizen en Grootebroek. Ze kunnen een jaar lang leren en wat verdienen op de bouwplaats. Timmeren en metselen onder toeziend oog van Rinus van Oudenaarde en Jaap Bleeker. De opzichter is Klaas Holwerda. Timmerwerk wordt voorbereid in de werkplaats van firma Weel. 

De bouw start op 13 augustus 1970. Al binnen vier weken zijn tien woningen klaar tot steigerhoogte en eind januari zijn deze onder kap. Een maand later is men al een heel eind opgeschoten met het binnen timmerwerk. De andere elf woningen zijn half september klaar tot peilhoogte en begin maart 1971 is het metselwerk van de benedenverdieping klaar. Er wordt hard gewerkt om ondertussen de schuurtjes te bouwen en alles wat nodig is om hier plezierig te kunnen wonen. Nieuw is dat men in de huizen in heel Oude Gouw centrale verwarming aanlegt. In Plan Noord en de stad hebben veel mensen nog een of meerdere gaskachels om warm te blijven. 

De jongens komen uit Enkhuizen, Grootebroek, Lutjebroek, Bovenkarspel, Andijk, Venhuizen, Hem, Zwaagdijk, Wervershoof, Blokker, Spierdijk, Ursem en Heerhugowaard. Er wordt vol trots geschreven over de 21 jeugdige bouwers, die samen met hun ouders en genodigden zien hoe de herinneringssteen in de muur geplaatst wordt door Ir. Van Abeelen. Het gemetselde kunstwerk is gemaakt door een van de leerling metselaars, Charles Pijcke uit Bovenkarspel. 

Deze bouwplaatsen hopen ze op meerdere plaatsen te realiseren en zo aannemingsbedrijven enthousiast te maken voor o.a. toekomstige timmerlieden en metselaars. Men ziet het aantal leerlingen voor de opleiding bouwkunde met elf procent dalen tussen 1965 en 1970. Dit heeft waarschijnlijk te maken, met de verandering binnen het voortgezet onderwijs door de Mammoetwet in 1968. 

De laatste 55 jaar is het aantal nog meer afgenomen. Mede doordat de scholen voor technisch onderwijs (LTS) worden opgeheven en er minder kinderen geboren worden. Hierdoor kampen we nu met een tekort aan goed opgeleide vakmensen. Gelukkig werden veel van deze leerlingen, tijdens hun werkzame leven, goede leermeesters voor jonge mensen die in de bouw gingen werken.

20260520 geschiedenisloket

Geschiedenisloket in het WFA: Huizenonderzoek

Op woensdagmiddag 20 mei aanstaande is het het Geschiedenisloket weer geopend. U kunt dan in het Westfries Archief terecht met vragen over uw historisch onderzoek. Deze bijeenkomst wordt maandelijks georganiseerd voor iedereen die onderzoek doet naar het verleden van Westfriesland.

Geschiedenisloket
Geschiedenisloket is een nieuw initiatief van het Westfries Archief. Maandelijks, op de laatste woensdag van de maand, komen in het archief onderzoekers en andere geïnteresseerden samen. Zij helpen elkaar met tips en adviezen. Ook kunnen vragen worden voorgelegd aan archiefmedewerkers en experts. Ontmoeten, inspireren en kennisdelen staan centraal.

Schrijft u wel eens een artikel voor een historische vereniging? Doet u onderzoek naar een specifiek onderwerp? Of bent u gewoonweg nieuwsgierig en wilt u meer weten over het Westfries Archief? Dan is Geschiedenisloket iets voor u!

Huizenonderzoek
Geschiedenisloket werkt met thema’s. De bijeenkomst in mei staat in het teken van huizenonderzoek. Klaas Koeman van Oud Enkhuizen geeft dan een korte presentatie over onderzoek naar twee panden in Enkhuizen. Hij toont verschillende soorten bronnen en licht deze toe. Na de presentatie is volop gelegenheid voor interactie en onderlinge gesprekken. Die zijn niet per se gebonden aan het thema.

Praktische informatie
Het eerste Geschiedenisloket is op woensdag 20 mei in het Westfries Archief, Blauwe Berg 5c, 1625 NT Hoorn. Inloop vanaf 13.30 uur, aanvang korte presentatie om 14 uur. Het Geschiedenisloket sluit om 16 uur maar u kunt eerder weggaan. Een eigen laptop meenemen kan handig zijn.

De volgende datums en thema’s vindt u op “westfriesarchief.nl”.

Toegang is gratis en aanmelden is niet nodig.

44987

Kareek, Mosselstein, Perzie (1750 – 1766)

Door de oorlog tussen Iran, Israël en de Verenigde Staten komt het eiland Kharg regelmatig in het nieuws. Het is gelegen in het noorden van de Perzische Golf nabij Basra. Dit eiland is van het grootste belang voor de olie-export. De kust van Iran ligt aan ondiep water waar geen grote olietankers kunnen afmeren, dit kan wel bij het eiland Kharg. Daarom lopen er olieleidingen vanaf het vasteland naar dit eiland om de olie met supertankers via de straat van Hormuz naar de rest van de wereld te vervoeren. 
Ongeveer 90% van de Iraanse olie wordt op deze manier geëxporteerd. 

Maar wat heeft Kharg met Enkhuizen te maken? In 1749 was baron Tide Von Inn Knyphausen werkzaam als handelsagent voor de VOC in Basra (Perzië, nu Irak). Hij kreeg daar een conflict met de lokale autoriteiten: hij zou een onbetrouwbare opschepper zijn. De baron werd gevangengenomen en na betaling van een losgeld weer vrijgelaten. De handel van de VOC in Perzië kwam tot stilstand en was niet meer rendabel. Von Knyphausen wilde de handel herstellen en veroverde het eiland Kareek (nu Kharg ) voor de VOC. Dit alles met medeweten en goedkeuring van de Gouverneur-generaal der VOC: Jacob Mossel. Mossel was geboren in Enkhuizen op 28 november 1704 als zoon van Pieter Jacobszn Mossel en Geertruyde Leydecker. Hij vertrok op 15-jarige leeftijd als lichtmatroos op het fluitschip de Haringthuyn naar Indië en maakte al snel carrière binnen de VOC. 

Door de verovering van het eiland Kareek kreeg de VOC volledige controle over de handel in een groot gebied. Die handel betrof vooral Javaanse suiker en Indiaas textiel. Om zich tegen ”Moorsche inhaaligheid” te beschermen werden er in 1750 op Kareek, ter bescherming van de handel, een fort en kantoor gebouwd. Von Knyphausen, die het eiland bestuurde als een vorst, noemde het fort “Mosselstein” als een direct eerbetoon aan Gouverneur-generaal Jacob Mossel. Hij verzekerde daarmee, hoopte hij, de gunst en steun van zijn hoogste baas in Batavia om zich in te dekken voor zijn eigenzinnige optreden in de Perzische Golf. Het fort was een groot en stevig bouwwerk waarvan de resten nu nog aanwezig zijn. Echter al snel bleek dat de post op Kareek niet winstgevend was, mede door de hoge kosten van de bouw en de bezetting van fort Mosselstein. Kareek werd al voor 1766 ontruimd en daarna geplunderd door een Perzische legermacht. Dit was 6 jaar na de dood van Jacob Mossel in 1760.

ALV2026

ALV april 2026

Rond de 90 leden zijn afgekomen op de uitnodiging om de algemene ledenvergadering bij te wonen. Voorzitter Klaas Koeman opent de vergadering en handelt het formele deel van de vergadering voortvarend in ongeveer 20 minuten af.
De voorzitter van de kascommissie geeft aan tevreden te zijn over het gevoerde financiële beleid en de aanwezigen bekrachtigen met applaus het voorstel om het bestuur decharge hiervoor te geven.
Het voorstel voor het Huishoudelijk Reglement en de Regeling Financiële Fondsen worden met algemene stemming aangenomen. Ook de benoeming van Berend van der Veer als nieuw bestuurslid wordt algemeen gesteund.

Het tweede deel van de avond is gevuld met een lezing van Sander Wassink over de Geuzen in Enkhuizen. In een vlot tempo vertelt Sander ons over de aanloop naar 1566, de Reformatie, de Hagenpreken, de Beeldenstorm en de Raad van Beroerten. Zijn verhaal ondersteunt hij rijkelijk met vele afbeeldingen en voorbeelden uit Enkhuizen.

Rond 22 uur sluit de voorzitter de bijeenkomst.

44967

Naakt op zolder

In 1976 werd het pand op de hoek van de Westerstraat en de Van Bleiswijkstraat (nu De Eendracht in Van Bleiswijk) door het Groene Kruis van de gemeente gekocht. Bouwbedrijf Ramkema en Dangermond nam de verbouwing en restauratie van het rijksmonument op zich. Tijdens de bouw stonden er containers met afval. Uit één van die containers nam de heer Ramkema een paar rollen mee die zijn aandacht hadden getrokken. Hij gaf ze aan de Vereniging Oud Enkhuizen, daar raakten ze in vergetelheid. Tot we in de winter van 2022 eindelijk eraan toe kwamen de rollen die op de vliering lagen te bekijken. 

We waren stomverbaasd dat de gekreukte rollen vijf enorme schilderingen (1.50- bij 1.00 meter) van naakte mannen bleken te zijn. Ze waren gesigneerd met P. Egmond ’86. Na speurwerk bleek P. Egmond de kunstschilder Pieter Egmond te zijn (1862-1908). Maar hoe waren ze in ons bezit gekomen? Na nog meer speurwerk bleek dat Egmond een opleiding aan de Kunstnijverheidsschool Quellinus had gevolgd en dat hij daarna tussen 1885 en 1889 in Brussel studeerde aan de prestigieuze Koninklijke Academie voor de Schone Kunsten. Een van de eisen die de academie stelde was dat de studenten in staat waren naaktmodellen zo realistisch mogelijk te schilderen, vandaar de naakten. 

Na de academie ontwikkelt hij zich tot een vooraanstaand kunstschilder. Zo krijgt hij de opdracht de plafonds in het Snouck van Loosenhuis te beschilderen. Maar nog steeds wisten we niet waar de mannen tussen zijn dood in 1908 en tussen onze ontdekking waren gebleven. We hebben een oproep op onze website gedaan, compleet met foto’s, of iemand de schilderingen kende, maar daar kwam geen reactie op. 

Voorjaar 2023 besloten we de schilderingen te conserveren. Eerst moesten we ze plat zien te krijgen, wat met een beetje vocht en zware tegels lukte. Daarna moest de verf op de beschadigde plekken worden vastgezet. Dit klinkt eenvoudig, maar het kostte per doek wel een maand of vier. Het volgende probleem was: hoe bergen we ze op? Oprollen was uit den boze. Tot we op het idee kwamen grote platte fietsendozen te gebruiken. Daar liggen de mannen nu, tussen zuurbestendig vloeipapier, weer op de vliering. 

Maar nog steeds wisten we hun herkomst niet. Tot we enkele maanden geleden een lijst met donaties aan Oud Enkhuizen vonden: de rollen waren in 2006 aan ons geschonken door de heer J. Ramkema. De vooraanstaande familie Egmond heeft het pand van de laatste Van Bleiswijk gekocht. Maria Anholt-Egmond woonde daar tot in de jaren 70. Zij heeft de schilderingen al die tijd in haar bezit gehad, maar na haar overlijden en de dood van de heer Ramkema wist niemand de herkomst meer.