Overslaan en naar de inhoud gaan
Erfgoed

Behoud maritiem erfgoed

Zuiderzeegemeenten werken samen aan behoud maritiem erfgoed.
Dertien gemeenten rond het voormalige Zuiderzeegebied maken zich sterk voor behoud van het Nederlands historisch varend erfgoed. We hebben het dan over de klippers, botters en tjalken die op de voormalige Zuiderzee varen en nog steeds sfeerbepalend zijn in de havens van de historische steden rond het IJsselmeer, het Markermeer en de Waddenzee.
Onder de vlag van de gemeente Enkhuizen en de Vereeniging van Zuiderzeegemeenten (VZG) wordt beleid gemaakt om het maritiem erfgoed juridisch te kunnen borgen. Om een voorbeeld te geven, op dit moment is het nog niet mogelijk om roerende goederen als schepen de status van monument te geven. 
Het project is inmiddels in beeld om landelijke erkenning te krijgen als boegbeeldproject.

Meer over deze ontwikkeling zie: Zuiderzeegemeenten werken samen aan behoud maritiem erfgoed op “ONH.nl”.

44873

Als ik denk aan Enkhuizen

door Mosaicus (1920-2010)

Opgedragen aan allen, 
Wie fijne dingen opvallen 
Zowel binnen als buiten de wallen
 

Dit is de naam van het boekje met ‘fijne mijmerrijmen’ of gedichten van dhr. Fok Bruijn, dat ik tegenkwam in ons archief. Het werd in 1980 gedrukt bij drukkerij Th. Visser, met tekeningen van dhr. Piet Molenaar bij de twintig gedichten. 

Wie was dhr. Bruijn? 
Hij werd geboren in 1920 aan de Molenweg. Hij volgde de ulo aan de Driebanen. Daarna ging hij werken in de tuin van Sluis en Groot aan het Kwakerspad. In de zomer altijd buiten en in de winter vaak op kantoor bezig met facturen schrijven. Hij leerde in zijn vrije tijd Italiaans en Zweeds. Daardoor verhuisde hij naar de correspondentie afdeling bij een zaadfirma. Vanwege de liefde voor zijn stad en de natuur ging hij gedichten schrijven. De eerste verschenen in het personeelsblad Mozaïek van Royal Sluis, onder de naam Mosaïcus. 

Gedicht Dijk-Dicht 
In het midden van het boekje vind ik zijn eerste gedicht, dat als uitnodiging gebruikt is bij de opening van de weg Enkhuizen – Lelystad op 14 december 1976. Dhr. Molenaar tekende de dijk op de voorkant en een schip onderweg naar Enkhuizen op de achterkant. Beiden werden uitgenodigd om bij de opening aanwezig te zijn, die werd verricht door Z.K.H. Prins Claus. De tweede strofe van het lange gedicht begint met ‘En wéér, als langs een lange liniaal getrokken ligt dwars door het meer een brede metersdikke dam.’ Ik realiseer me dat dit alweer bijna 50 jaar geleden is. 

Aankondiging boek verkoop in de krant 
In de Enkhuizer Courant van 22 maart 1980 zie ik een foto van dhr. Bruijn, terwijl hij zijn boek vastheeft, met het onderschrift ‘Recht uit het hart’. Hij haalde zijn inspiratie uit de stad en streek waar hij opgroeide en hij probeerde dit op te schrijven. Uit zijn gedichten lees je dat hij een goed observator was. Zijn vele buiten zijn, afgewisseld met het schrijven binnen, geeft ons een mooie kijk op hoe Enkhuizen en omgeving veranderde. Hij wist dit met gevoel vast te leggen in zijn verzen. Om zijn boeken verkocht te krijgen ging hij zelf bij mensen langs om ze enthousiast te maken. Dit is hem goed gelukt, veel is op die manier in de boekenkasten van Enkhuizers terecht gekomen. De niet verkochte boeken zijn uiteindelijk bij de familie terecht gekomen. Een mooie herinnering aan een man, vader, opa en overgrootvader, die hart had voor zijn stad.

44796

Touwslagerij ‘De Kleine Baan’

In maart 1897 kreeg Evert Leidekker van de gemeente Enkhuizen toestemming om aan de Noorder Boerenvaart een touwslagerij te beginnen. Hij startte deze in april van hetzelfde jaar. Voor een bedrag van tien gulden per jaar mocht hij de walkant gebruiken voor de aan- en afvoer van producten. 

De touwslagerij zelf stond op de wal van een kweektuin van de zaadteelt en zaadhandel van Sluis en Groot, daarvoor betaalde hij pacht. Die tuin bestond uit drie stukken land die de baan werden genoemden naar de vroegere lijnbaan van de VOC Enkhuizen die daar heeft gestaan. 

Leidekker 
De touwbaan van Leidekker liep vanaf de huidige Nanne Grootstraat tot aan de Vesting ter hoogte van de Boerenboom en kreeg de naam ‘de Kleine Baan’. Eerst gebeurde het werk in de open lucht, maar in juni 1898 werd er een touwslagershuisje op gemeentegrond bijgebouwd: 8.50 meter lang en breed 5.5 a 5.20 meter. Het ambacht bloeide enkele jaren, maar in juli 1900 sloeg het noodlot toe: Leidekker overleed op 48-jarige leeftijd onverwachts tijdens een hete zomerdag na het drinken van koud water. 

Lussenburg 
Bestellingen konden voortaan worden gedaan bij David Lussenburg op de Dijk te Enkhuizen, hij was ook barbier en kunsthaarwerker. Hij woonde niet bij zijn touwslagerij maar op de Nieuwe Haven (Havenweg). Zijn weduwe zette de zaak nog kort voort en verkocht op 9 juni 1902 deze vervolgens aan C. Graff op de Melkmarkt in Enkhuizen. 

Touwproducten 
De touwbaan kreeg daarna de naam van ‘Touwslagerij Enkhuizen’. Als verkooppunt en depot gebruikte hij die van Wed E. Leidekker aan de Nieuwe Haven in Enkhuizen. De touwproducten die werden gemaakt voor de veehouders en landbouwers bestonden uit hokketouw, (touw dat om een hok werd gespannen om uiteen waaien te voorkomen zoals bij de teelt van kool-, mosterd- en karwijzaad), Hoomsche zelen, (sterk touw) kalvertouwen, staartlijnen en voor de visserij uit botwant, haringen ansjovissimmen, ankerlijnen en vissersgaren, dun en dik garen alles desgewenst getaand. Verder touw voor verpakkingsdoeleinden. 

Brand 
Lang mocht het niet duren, want op 20 augustus 1903 omstreeks 11.00 uur brandde de touwslagerij tot de grond toe af. De brand ontstond door een teerketel die overkookte. De schade bestond uit een afgebrand gebouwtje van de touwslagerij en van het overige kon bijna niets worden gered. Twee bomen die naast het gebouwtje stonden liepen schade op en die werden uit de aanwezige bomenrij verwijdert. Alles was wel verzekerd. Daarna werd de ondergrond verhard en doorgetrokken naar de Vesting, waardoor een vaste verbinding voor het publiek ontstond om op de vesting te komen, daarvoor was dat niet mogelijk was. Tot op de dag van vandaag draagt dit stukje aan de Noorder Boerenvaart de volksnaam ‘de Baan’.

44635

Vergane Glorie

In het Noordhollands Dagblad van 14 november stond dat de R. van Hasselt en de C. Bosman worden gesloopt door een sloopverwerkingsbedrijf in Gent. Waarschijnlijk kent u deze namen niet, maar ooit waren deze stoomschepen de trots van Enkhuizen: witte, gestroomlijnde, moderne passagiersschepen met alle luxe die je je in die tijd kon wensen. 

Ze werden gebouwd in Kinderdijk, op de scheepswerven van J. & K. Smit in 1915. Tussen 1915 en1956 zorgden ze voor een snelle comfortabele overtocht van Enkhuizen naar Stavoren. 
Naast station Enkhuizen, waar nu het terras is, was hun vertrekplaats. De passagiers liepen over een loopplank naar het schip en werden door een enorme luifel beschermd tegen zon en regen. In Stavoren legden ze aan naast het station, waar de sneltrein stond te wachten. 

Tijdens de overtocht konden de eersteklaspassagiers dineren in de eerste klas restauratie met damasten tafellakens, gevouwen servetten, wijnkoelers en zilveren vaasjes met bloemen. Of ze konden een drankje doen en een krantje lezen in de eerste klas salon. De tweedeklaspassagiers konden plaats nemen op pluche banken in de kajuit. Waar de derde klas passagiers moesten blijven is niet duidelijk, wel konden ze een frisse neus halen op het derde klas promenadedek. Ook waren er een leeszaal en een rooksalon aan boord. 
De Bosman en de Van Hasselt werden geëxploiteerd door C. Bosman. Deze ondernemer startte in 1886, een jaar nadat de spoorlijn Enkhuizen Amsterdam gereed was, een veerdienst tussen Enkhuizen en Stavoren. In 1896 neemt de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij de exploitatie over. Deze maatschappij gaat later op in de N.S.. 

In 1956 werden de schepen uit de vaart genomen. Door de Tweede Wereldoorlog waren ze waarschijnlijk veel van hun glans verloren. De Bosman werd door het Nederlandse leger gebombardeerd en de Van Hasselt werd afgezonken in de ingang van de Oude Haven. De Duitsers hebben het schip weer opgetakeld en na in camouflage kleuren te zijn geschilderd werden ze weer ingezet voor de veerdienst, ondanks veel luchtaanvallen. Tijdens de spoorwegstaking worden de schepen door de Duitsers ingezet, en verdwenen ze uit Enkhuizen. Na de oorlog worden ze teruggevonden in Amsterdam 

Door de Afsluitdijk en de auto was de veerdienst te duur geworden en werden ze door de N.S. eind jaren 50 verkocht. Daarna werden ze nog door diverse maatschappijen gebruikt onder andere namen. Na veel omzwervingen worden ze in Wenen teruggevonden en gekocht door Nederlandse ondernemers die ze wilden restaureren. Van die plannen komt niets terecht en de schepen verroesten en verworden tot schroot. 
Een roemloos einde voor deze prachtige schepen. Het enige wat rest in Enkhuizen is een staatsieportret van de Van Hasselt in de hal van het station.

stemmen

Naar de stembus

Kiesrecht voor vrouwen lijkt zo vanzelfsprekend. Dit recht is echter zwaar bevochten, ook in Enkhuizen. Eind 19de eeuw ontstond bij veel vrouwen het besef dat als ze hun positie wilden verbeteren, stemrecht noodzakelijk was. Aletta Jacobs was bereid de strijd aan te gaan.

In 1894 richtte Aletta de VVK op, de Vereniging voor Vrouwenkiesrecht. Overal in het land werden afdelingen opgericht.
Over de leden van de VVK werd door de Enkhuizer Courant gezegd dat sommigen denken dat die kortharige en hobbezakdragende vrouwen te veel tijd hebben, maar de schrijver van het artikel was het daar niet mee eens.

Lezing
In 1907 kwam Aletta naar Enkhuizen om in de Oranjezaal een lezing te geven over de noodzaak van vrouwenkiesrecht. 
Sommige mannelijke aanwezigen waren niet van plan de schandalige ideeën van de spreekster aan te horen. 
Zij wezen op de geringe ontwikkeling van vrouwen: ‘De vrouw in de regering? Waar zou de vrouw het verstand vandaan halen om politieke vraagstukken te beoordelen, bijvoorbeeld over de demping van de Zuiderzee, dan zou je welhaast ook vrouwelijke ingenieurs en architecten moeten hebben. 
Neen, de vrouw moet in het huis blijven en een gat in een kous stoppen.’ Er werd hard gelachen om deze redenering. Aletta Jacobs merkte op dat tien jaar geleden er niet gelachen werd maar dat men deze redenering serieus nam. De belangstelling om lid te worden van de VVK was die avond groot en er werd besloten een afdeling van de VVK op te richten. Al gauw werd in het Volkskoffiehuis een bijeenkomt georganiseerd om een huishoudelijk reglement op te stellen.

Groeien
Een jaar later werd in Amsterdam het Vierde Internationale Congres van de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht kiesrecht gehouden. Ook de afdeling Enkhuizen was aanwezig. De afdeling bleef groeien. In 1913 waren er 92 leden. De jaarvergadering werd gehouden in de bovenzaal van de West-Friese Munt. De voorzitster, mevrouw Corts – Van Roojen, keek positief terug op de bazaar die was georganiseerd om propaganda zoals folders, vlaggetjes en vingerhoedjes (?) te
verspreiden en de kas te spekken- er was 81 gulden binnengehaald en ze hoopte dat 1913 het kiesrecht voor vrouwen zou brengen.

Oorlogsjaren
De vereniging bleef ondanks de oorlogsjaren actief, in 1915 werd bijvoorbeeld een openbare bijeenkomt gehouden voor De Waag en in 1916 ging een delegatie naar een manifestatie voor vrouwenkiesrecht in Amsterdam. De Eerste Wereldoorlog betekende schaarste en honger in Enkhuizen, alleen het bruine brood was
betaalbaar. De voorzitter van de afd. Enkhuizen van de NSDAP, P. Roodenburg sprak op een bijeenkomst in de Munt over de schrijnende situatie: Vrouwenkiesrecht had volgens hem de oorlog kunnen voorkomen. In 1917 was het zover, het passief kiesrecht werd ingevoerd en in 1919 ook het actieve.